Translate

zaterdag 12 januari 2013

Historia ALBUM II - Deel 2

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

ALBUM II – Deel 2

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Guldensporenslag – Bourgondië

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------



Filips de Schone

Op het einde van de 13de eeuw was Filips de Schone koning van Frankrijk. Het was een geducht vorst die naar de absolute macht streefde. Hij poogde de macht van het graafschap Vlaanderen te beperken. Gwijde van Dampierre was in die tijd graaf van Vlaanderen.












Gwijde van Dampierre

Gwijde van Dampierre die de heerszucht van zijn suzerein Filips de Schone vreesde, sloot een verbond met de koning van Engeland, maar Filips de Schone slaagde erin dit verbond te verbreken. Hij lijfde het graafschap Vlaanderen bij Frankrijk in en liet Gwijde van Dampierre gevangennemen.



Clauwaerts en Leliaerts
.
Toen Filips de Schone zich van het graafschap Vlaanderen meester maakte, heerste daar grote onenigheid. De rijke kooplieden of patriciers namen de partij van de koning van Frankrijk op. Zij
werden Leliaerts genoemd omdat zij als kenteken het franse wapen met leliën genomen hadden. Hun tegenstanders, de arme ambachtslieden, werden Clauwaerts genoemd omdat zij de partij van de gevangen graaf van Vlaanderen opnamen en zijn wapen, de zwarte leeuw met rode klauwen, droegen.


Jacques de Chatillon te Brugge

In 1300 werd het graafschap Vlaanderen door koning Filips de Schone van Frankrijk afgeschaft. Hij benoemde als gouverneur aan het hoofd van het graafschap een frans edelman, Jacques de Chatillon, die zich te Brugge kwam vestigen.















Brugse Metten

De inlijving van Vlaanderen bij Frankrijk was van korte duur. De Clauwaerts kwamen in opstand. In de nacht van 17 tot 18 mei 1302 vermoordden zij de patriciërs en de franse soldaten en verjoegen de gouverneur. Deze gebeurtenis noemt men Brugse Metten.





Breydel en
de Coninck

Aan het hoofd van de Clauwaerts die in 1302 Vlaanderen bevrijdden, stond de deken van het weversgild te Brugge: Pieter de Coninck. Hij zou door Jan Breydel, deken van het slagersgild, geholpen zijn, maar de rol van Pieter de Coninck was veruit de belangrijkste.






De slag bij Kortrijk

Na de Brugse Metten wilde Filips de Schone zich opnieuw meester maken van Vlaanderen. Hij stuurde een leger onder bevel van Robert van Artois. De stedelijke militiën versperden de weg en op 11 juli 1302 werd het franse leger in de Guldensporenslag te Kortrijk verpletterd.











 


Het Belfort te Brugge

Brugge redde in 1302 de onafhankelijkheid van Vlaanderen en waarschijnlijk ook de toekomstige onafhankelijkheid van België. De fiere stad voltooide op dat ogenblik haar prachtig belfort, symbool van haar macht en vrijheid.









 
Robert van Bethune

Gwijde van Dampierre was aan de gevolgen van zijn gevangenschap overleden, zijn zoon Robert van Bethune volgde hem op. Hij tekende met de koning van Frankrijk de Vrede van Athis, waarbij de onafhankelijkheid van het graafschap Vlaanderen erkend werd.









Jan II

De Guldensporenslag verwekte een grote democratische beweging, niet enkel in Vlaanderen maar ook in het hertogdom Brabant-Limburg. Hertog Jan II, zoon van Jan I, schonk in 1312 het Charter van Kortenberg waarbij grote vrijheden aan de ambachten toegekend werden.








De Meyboom

Ondanks de sociale woelingen van het begin der 14de eeuw, leefde men gelukkig in Brabant. Er ontstonden dikwijls wrijvingen tussen Leuvenaars en Brusselaars, deze laatsten verkregen van de hertog van Brabant de toelating om ieder jaar de Meyboom te planten, tot teken van hun meerderheid boven de Leuvenaars. Dit gaf aanleiding tot grote volksvermaken.



Mal Saint-Martin

Ook in Luik verlangden de burgers meer vrijheid. De rijken of "Citains" wilden, met de steun van adel en bisschop, de invloed der ambachten of "Petits" beperken. De samenzwering mislukte, en 200 werden in de nacht van 3 Augustus 1312 in de Sint-Martinuskerk levend verbrand. Dit heet de “Mal Saint-Martin”.




Adolf de la Marck

In 1316 werd de prinsbisschop Adolf de la Marck gedwongen de Vrede van Fexhe-le-Haut-Clocher, die aan de ambachten een groot aandeel in het beheer van het prinsbisdom Luik toekende, te tekenen. Voortaan zullen alle prinsbisschoppen deze keur trouw moeten zweren.









Lodewijk
van Nevers

Na de dood van Robert van Bethune, werd zijn kleinzoon, Lodewijk van Nevers, graaf van Vlaanderen. Deze prins had een Franse opvoeding genoten en begunstigde altijd de politiek van zijn suzereinen, de koningen van Frankrijk.






Simon van Aertrijcke

Omtrent het midden van de 14de eeuw nodigde de koning van Frankrijk de burgemeesters van Brugge, Gent en Ieperen op een feestmaal uit. Daar zij geen kussens op hun stoelen vonden plooiden de drie Vlamingen hun prachtige mantels en gingen erop zitten. Toen zij vertrokken riep men: "U vergeet Uw mantels". De burgemeester van Brugge, Simon van Aertrijcke, antwoordde: "Wij Vlamingen nemen nooit onze kussens mee".

De Kerels

In het begin van de regering van Lodewijk van Nevers, kwam Vlaanderen eens te meer in opstand. De woeste kustbewoners, de Kerels, hadden zich rond Jacob Peit (Jacques Peyte) geschaard. Ze hadden een tijd lang heel het graafschap in hun macht en de graaf moest naar Frankrijk vluchten.




 Klaas Zannekin

De opstand van de Kerels lokte de tussenkomst van Filips VI van Valois, koning van Frankrijk, uit. Een van hun hoofden, Klaas Zannekin, geraakte in het Franse kamp om de vijand te bespieden. Hij leverde in 1328 een slag bij Kassel maar de Kerels werden uitgeroeid.















Willem de Deken

Na de nederlaag bij Kassel eiste de koning van Frankrijk dat de schuldigen zouden gestraft worden. Willem de Deken, burgemeester van Brugge, werd te Parijs geradbraakt en Brugge moest haar wallen slopen. De stad geraakte stilaan in verval door van de verzanding van het Zwin, haar uitweg naar de zee.




Het Belfort te Gent


Het verval van Brugge dagtekent van het midden van de 14de eeuw. Gent werd toen de eerste stad van Vlaanderen. Haar trots belfort getuigt van haar toenmalige macht. Wevers en volders waren er zeer talrijk. Zij bewerkten de wol die door Engeland geleverd werd.





 

Jacob van Artevelde

Toen de Honderd Jarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk uitbrak, koos de graaf van Vlaanderen, Lodewijk van Nevers, partij voor de koning van Frankrijk met het gevolg dat koning Edward III van Engeland de uitvoer der Engelse wol naar Vlaanderen stopzette. Deze maatregel veroorzaakte werkloosheid, ellende, opstand in Vlaanderen. Een Gentenaar, Jacob van Artevelde, nam te Gent en in heel Vlaanderen de macht in handen. Hij werd de Wijze Man van Gent genoemd.


Jacob van Artevelde en Edward III

Jacob van Artevelde ontmoette koning Edward III van Engeland en verkreeg dat de Engelse wol opnieuw naar Vlaanderen zou verzonden worden. Hij redde zo het graafschap van ellende. In ruil beloofde hij aan Edward III de neutraliteit van Vlaanderen in de Frans-Engelse oorlog.
 


De Engelse vorsten te Gent

Vlaanderen kon in de Honderd Jarige Oorlog niet neutraal blijven. Door toedoen van Filips VI van Valois werd het gedwongen met Engeland een verbond te sluiten. Koning Edward III van Engeland kwam met zijn gemalin Filippina van Henegouwen, naar Gent en werd er als koning van Frankrijk gehuldigd. 


 Gentse strijdkrachten

In naam van het graafschap Vlaanderen erkende Jacob van Artevelde Edward III van Engeland als koning van Frankrijk. Terwijl graaf Lodewijk van Nevers, die aan Filips VI van Valois trouw gebleven was, in Frankrijk voor zijn vorst streed, stelden de Gentse militiën zich ten dienste van de koning van Engeland.


De Slag bij Sluis

In 1340 had de eerste grote slag van de 100 Jarige Oorlog plaats. Hij werd op zee, aan de monding van het Zwin, bij Sluis, geleverd. Bijna alle franse oorlogsschepen werden door de Engelse en Vlaamse vloten tot zinken gebracht.









 
Belgische Unie


Dank zij Jacob van Artevelde werd de toekomstige Belgische eenheid mogelijk. Hij verbond eerst de drie grote steden: Ieperen, Brugge en Gent. In 1339 bracht hij met Brabant-Limburg, later ook Henegouwen-Holland-Zeeland-Friesland, een militaire en tolunie te stand. Luik zou later toetreden.
 

De dood van Jacob van Artevelde

Ondanks de vele bewezen diensten werd Jacob van Artevelde door de Gentse wevers, die door Gerard Denijs opgeruid waren, vermoord. Dit gebeurde op een juli avond in 1345. Het lijk van de “wijze man” werd door de straten gesleept en achtergelaten.




Jan de Blinde te Crécy


Enkele maanden na de dood van Jacob van Artevelde werd Lodewijk van Nevers in het leger van de koning van Frankrijk in de slag bij Crécy gedood. In dezelfde slag, in 1348, sneuvelde ook Jan de Blinde, hertog van Luxemburg en koning van Bohemen, één van onze grootste middeleeuwse helden. De Prins van Wales, de overwinnaar in deze veldslag, nam de struisveren van de helm van Jan de Blinde en plaatste die in zijn wapenschild.

Joanna en Wenceslas

In 1356 verleende hertogin Joanna van Brabant en Limburg, dochter van Jan III en gemalin van de jonge Wenceslas van Luxemburg, aan haar onderdanen de Blijde Inkomst van Brabant. Deze keur waarborgde alle mogelijke vrijheden. Voortaan zullen alle hertogen van Brabant op het ogenblik van hun troonsbestijging aan de Blijde Inkomst trouw moeten zweren.




De XXII te Luik


De democratische onlusten van de 14de eeuw hadden te Luik een gelukkig gevolg: in 1343 kwam er de Rechtbank der XXII tot stand. Deze rechtbank, waar alle standen van de maatschappij vertegenwoordigd waren, had de macht om alle twisten te beslechten en ieder onrecht weer goed te maken.



De Flagellanten

Het leven was hard in de middeleeuwen. Zwarte pest en hongersnood verwoestten dikwijls het land. Er verschenen toen eigenaardige sekten, b.v. de sekte der Flagellanten die de grootste rampen voorspelden en zich in het openbaar geselden.










Everhard Tserclaes

In 1356 bezetten de legers van de graaf van Vlaanderen de stad Brussel, nadat ze ook Antwerpen en Mechelen aan Joanna van Brabant ontnomen hadden. Een Brussels edelman, Everhard Tserclaes, slaagde erin de stad te bevrijden. Hij was zeer populair maar werd in 1380 vermoord. De Brusselaars hebben hem steeds een diepe verering toegedragen.







Lodewijk van Male

Na Lodewijk van Nevers werd zijn zoon, Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen. Hij was diplomatisch aangelegd, schrander en heerszuchtig. Hij voerde tegenover zijn suzerein, de koning van Frankrijk, een zeer onafhankelijke politiek.







De Witte
Kaproenen

Lodewijk van Male kon slechts met grote moeite zijn gezag in Vlaanderen doen erkennen. Door Jan Yoens aangevoerd, verwekten de Gentse democraten , ook De Witte Kaproenen genoemd, in 1379 een opstand. Ze stookten wanorde in heel het graafschap.








Pieter Coutereel

De opstand van de Witte Kaproenen werkte aanstekelijk. Te Leuven, de hoofdstad van Brabant, liet een demagoog, Pieter Coutereel, de schepenen uit de vensters van het stadhuis werpen en nam het gezag in handen.

 




Filips van Artevelde

De Gentenaren die tegen graaf Lodewijk van Male waren opgestaan, hadden Filips van Artevelde, zoon van Jacob, als leider gekozen. Hij was een dapper man maar minder begaafd dan zijn vader. De zaak die hij verdedigde was trouwens vooraf verloren.

















De Slag bij Beverhout

In 1382 voerde Filips van Artevelde zijn Gentenaren tot voor de poorten van Brugge en viel de stad op Beverhoutsveld aan. Hij wierp de Brugse militiën overhoop en nam de stad in. Graaf Lodewijk van Male kon slechts met grote moeite en dankzij een verkleding, ontsnappen.


De Vrede
van Doornik

Lodewijk van Male kwam met het leger van de koning van Frankrijk naar Vlaanderen terug en verpletterde de Gentenaren bij West-rozebeke, waar Filips van Artevelde gedood werd. Pas in 1385, een jaar na de dood van de graaf, tekenden de Gentenaren met zijn schoonzoon Filips de Stoute van Bourgondie, de vrede in Doornik. Deze sloot hij slechts op aandringen van zijn gemalin, Margareta van Male.




Jacob van Maerlant

In onze geschiedenis valt het einde van de Middeleeuwen samen met dat van de 14de eeuw. Deze periode was rijk aan grote dichters. Eén van de verdienstelijkste was de gemeentesecretaris van Damme in Vlaanderen, Jacob van Maerlant. Hij bezong in een zuivere taal de liefde voor het vaderland.
 





Reinaert de Vos 


Onder de Vlaamse schrijvers van de 14de eeuw mag de Gentenaar Willem niet onvermeld blijven. Hij vertelde de grappige avonturen van de vos in het dierenepos "Van den Vos Reynaerde", zeden en mensen van die tijd worden er op levendige wijze uitgebeeld.



De Broeders des Gemenen Levens


De Belgische kinderen waren op het einde van de middeleeuwen bevoordeligd inzake onderwijs. Terwijl de Begijnen aan de meisjes onderricht gaven, zorgden de Broeders des Gemenen Levens voor de jongens. Hun stichter was Geert Grote.
 


Jan van Ruysbroeck

Van al onze grote middeleeuwse figuren was de merkwaardigste een kloosterling, Jan van Ruysbroeck, de “Wonderbare” bijgenaamd. Zijn mystische werken zijn zeer verheven van inhoud en munten uit door hun zuiverheid van taal.







De kerk van
O.L. Vrouw te Hoei
De Belgische kunst bracht in de middeleeuwen prachtige gebouwen voort. Tot in de 13de eeuw werd de Romaanse stijl gebruikt. In de 14de eeuw werden Gothische kerken gebouwd. Eén van de schoonste kerken uit deze periode is de O.L. Vrouw te Hoei, in het prinsbisdom Luik.

(Naar ALBUM III - deel 1)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen